Hygiënisch bezig?

handenwassenDe meesten van ons houden ervan om er netjes en verzorgd uit te zien. Nagels en haren worden tijdig geknipt. Een douche, een bad. De tanden gepoetst. Geschoren en gekamd. En je voelt je een ander mens!

Onze persoonlijke verzorging en hygiëne, het ‘onderhoud’ van ons lichaam, het is ons wat waard. Je steekt er tijd in. Je koopt er producten voor. En dat mag ook, wij zijn geschapen naar Gods beeld en zijn een tempel van de Heilige Geest. Alle verzorging waard dus!

Maar hoe zit het met onze geestelijke hygiëne?
Zorgen we er met evenveel passie en ijver voor dat onze geestelijke hygiëne op punt staat?
Verzorgen we ons geestelijk leven met dezelfde toewijding als ons lichaam?
Investeren we in ons geestelijk welzijn?
Houden we ons geestelijk rein en heilig: benoemen en belijden we onze zonden? “Want Ik ben de HEERE, uw God. U moet u heiligen en heilig zijn, want Ik ben heilig” lezen we in Leviticus 11:44.
En wat met ons geestelijk onderhoud: zorgen we voor een regelmatige ‘beurt’ van lofprijs, aanbidding, Bijbel lezen en bidden?
Houden we ons hart en onze ziel zuiver? Houden we het rein door weg te blijven van vervuilende invloeden, bijvoorbeeld door wat we zien? De lamp van het lichaam is het oog; als dan uw oog oprecht is, zal heel uw lichaam verlicht zijn; maar als uw oog kwaadaardig is, zal heel uw lichaam duister zijn. Als het licht dat in u is, duisternis is, hoe groot is dan de duisternis zelf!” (Mattheüs 6: 22-23)

KindBijbelBiddenLaten we met dezelfde toewijding die we hebben voor de verzorging van ons lichaam, ook zorgen voor ons geestelijk welzijn. Zoals het kinderliedje zegt: “Lees je Bijbel, bid elke dag, dat je groeien mag!”

Zorgen voor ons lichaam, voor ons gezin, voor onze auto. Dat is zorg dragen. Verantwoordelijkheid nemen.
Bezorgd zijn, is echter een stap te ver. Hij zal tenslotte geven wat we nodig hebben, als we onze prioriteiten maar goed weten te leggen. Iemand zei eens: “Ik eet ’s morgens niet voordat ik geestelijk voedsel heb gehad, dat is even levensnoodzakelijk!”
Even hard hongeren naar Gods Woord en omgang met Hem als uitzien naar een goede maaltijd; het is niet onmogelijk maar kost wel inspanning!

Jezus kende die geestelijke honger als geen ander. Het was Zijn voortdurende verlangen om de wil van Zijn Vader te doen. Als Jezus na een stevige voetreis moe bij een put neerzakt en een ontmoeting heeft met een Samaritaanse vrouw, laat Hij zien dat Hij zijn geestelijke honger belangrijker vindt dan zijn lichamelijke noden. “…intussen vroegen de discipelen Hem: Rabbi, eet toch iets. Maar Hij zei tegen hen: Ik heb voedsel te eten waarvan u geen weet hebt. De discipelen dan zeiden tegen elkaar: Iemand heeft Hem toch niet te eten gebracht? Jezus zei tegen hen: Mijn voedsel is dat Ik de wil doe van Hem Die Mij gezonden heeft en Zijn werk volbreng.” (Johannes 4: 31-34)

Alles was bij Hem ondergeschikt aan het realiseren en het zichtbaar maken van het Koninkrijk van God. “Wees daarom niet bezorgd en zeg niet: Wat zullen wij eten? of: Wat zullen wij drinken? of: Waarmee zullen wij ons kleden? Want al deze dingen zoeken de heidenen. Uw hemelse Vader weet immers dat u al deze dingen nodig hebt. Maar zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden.” (Mattheüs 6: 31-33)

Wat ziet u?

Wat ziet u als u rond u heen kijkt?
Irritante, egoïstische mensen of vermoeide en verstrooide schapen?
Zien we de nood, de pijn en het verdriet bij onze naaste of hebben we genoeg aan onze eigen zorgen?

Jezus zag de nood van de mens en ging daar op in. Hij doorzag wat er écht bij de mensen speelde en keek verder dan de buitenkant.
In Mattheüs 9:36 staat: Toen Hij de menigte zag, was Hij innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, zoals schapen die geen herder hebben.” Hij is bewogen over de kroon op Zijn schepping: Zijn mensen! Hij wil Zich over hen ontfermen en zoekt arbeiders die willen helpen met het oogsten.
ZacheusJezus had oog de situatie van Zacheüs. Jezus keek verder dan het beeld dat het volk van hem had. Voor Jezus was Zacheüs niet die zondige, rijke hoofdtollenaar die meeheult met de vijand en zijn eigen volk bedriegt. Ja, dat wist Jezus ook, maar Hij zag ook het verlangen van Zacheüs om zijn leven weer op orde te krijgen en echt gelukkig te worden. Het liedje van Elly en Rikkert over Zacheüs zegt het heel mooi: “Want ook al hou je je groot Zachëus. Toch ben je klein en alleen. Diep in je hart zie Ik nood, Zacheüs. Want Ik kijk dwars door je heen.”

Jezus gaat in op het verlangen van Zacheüs om Hem te ontmoeten. De rijke en welvarende man kruipt zelfs in de boom omdat hij Jezus graag wil zien. Jezus wil hem niet alleen zien, maar ook ontmoeten en hem een nieuw leven aanbieden. Een leven van eerlijkheid, oprechtheid en omzien naar de ander. Een leven dat zijn omgeving liefst van deze verrader zou willen afeisen. Maar ze hebben de liefde en bewogenheid er niet voor. Ze morren alleen maar. Ze zien dat Jezus het huis van Zacheüs binnen gaat. En “Allen die dit zagen, zeiden morrend tegen elkaar: ‘Hij is het huis van een zondig mens binnengegaan om onderdak te vinden voor de nacht (Lucas 19:7).”

Jezus bereikt het hart van Zacheüs. Hij ziet de werkelijke nood van deze man en weet juist daardoor een keer te brengen in zijn leven. De hoofdtollenaar besluit dat hij de helft van zijn bezit aan de armen zal geven en viervoudig zal vergoeden ieder die hij iets heeft afgeperst. Jezus stelt vast dat er redding ten deel is gevallen aan dit huis en zegt: “De Mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was (Lucas 19:10).”

Daar ging en gaat Jezus’ bewogenheid naar uit: de mens die verloren is. De mens die het niet meer ziet zitten en hulp en redding nodig heeft. Zijn het niet vaak juist deze mensen die open staan voor hulp?

De passie van Jezus voor ‘het verlorene’ was zelfs zo groot dat het zijn aardse noden en verlangens overtrof. In zijn ontmoeting met de Samaritaanse vrouw (Johannes 4) is Hij ondanks zijn vermoeidheid, honger en dorst gericht op wat Zijn Vader wil doen bij deze vrouw en het Samaritaanse dorp. En dan te bedenken dat Joden niet omgingen met Samaritanen!
Zijn discipelen drongen er op aan dat Hij wat zou eten. “Maar Hij zei tegen hen: Ik heb voedsel te eten waarvan u geen weet hebt. De discipelen dan zeiden tegen elkaar: Iemand heeft Hem toch niet te eten gebracht? Jezus zei tegen hen: Mijn voedsel is dat Ik de wil doe van Hem Die Mij gezonden heeft en Zijn werk volbreng (Johannes 4:32-34).”

Wat een passie voor de opdracht van Zijn Vader!
Wat een vuur om de werken die Zijn Vader voor Hem had toebereid, te volbrengen!

Hij deed het werk met passie en liefde voor de mens.
Hij zette zijn eigen verlangens, behoeften en noden opzij.
Doordat Hij oog had voor de mens achter de mens, wist hij de échte noden van mensen te ledigen.

Wat ziet u als u naar de mensen om u heen kijkt?